Het klimaat valt niet te redden, het redt zichzelf wel!


Op de lagere school leerden wij over het Paleozoïcum en het Mesozoïcum, over de ijstijden, grote en kleine en dat sindsdien Scandinavië nog steeds een beetje omhoog komt, kortom, sinds het ontstaan van de aarde was er altijd wel wat te beleven.

Hoe die dynamiek ontstond ging de meester niet echt op in, dat we dit wisten was al mooi genoeg.
Maar dat is al meer dan de meeste klimaatwetenschappers lijken te weten. Als ik de redders van het klimaat mag geloven was het tot de industriële revolutie maar een saaie bende in de natuur en zijn de dramatische ontwikkelingen begonnen met de uitstoot van C02.
Alleen al het feit dat die steenkool en olieproducten van de natuur zijn en die C02 afkomstig is uit de atmosfeer, zou ons aan het te denken moeten zetten.

Sinds het ontstaan van de aarde is het klimaat een uitermate dynamisch systeem van het herverdelen van de van de zon afkomstige energie over de aardbol. De dynamische elementen zijn de activiteit van de zon, onregelmatigheden in de baan van de aarde en diens rotatie dit volgens de zogenaamde Milankovitch-parameters. Het is merkwaardig dat deze in de klimaatdiscussie geen rol lijken te spelen, wellicht omdat die niet beïnvloedbaar zijn?

Dit alles betekent dat er van een evenwichtstoestand geen sprake kan zijn: het klimaat verandert altijd en wel in zeer langdurige cycli van duizenden jaren.

Onregelmatigheden in de energie uitstoot van de zon, variaties in de baan van de aarde om de zon en in de rotatie van de aarde lijken in het verleden het klimaat fundamenteel te hebben beïnvloed.
Nu niet meer als we de klimaatwetenschappers mogen geloven. Het is de CO2!

Recent onderzoek suggereert echter dat deze extra CO2 voor de natuur geen probleem is, over 200.000 jaar is alle door de mens geproduceerde CO2 weer geabsorbeerd. Dat is geen probleem voor de natuur, kwestie van tijd. Maar voor de mens, en vooral zij die op zeeniveau wonen, is dat wel een probleem.
Zolang de adem inhouden gaat niet.

Het is typisch menselijke arrogantie te denken dat we zulke lange termijn processen kunnen controleren en dat de temperatuur van de aarde met een thermostaat te regelen is.
Het is de Nederland kenmerkende zendingsdrang en gidsland Calvinisme dat denkt dat wij dan voorop moeten lopen.

In dit geval door bij iedereen de energierekening te laten verviervoudigen door het gas af te sluiten en de warmtepomp verplicht te stellen.
Ondertussen vindt Donald Trump het juist een uitstekend idee dat wij Europeanen meer Amerikaans gas gaan consumeren.

Het lijkt of er een duivelspact is gesloten, links ‘redt’ het klimaat, rechts vindt het goed omdat er veel geld mee kan worden verdiend.
Ondertussen is de gewone man het haasje.

Waar een eenzame journalist vertwijfeld waagt te stellen dat 49% CO2 reductie tot een temperatuurdaling van slechts 0.0003° leidt, wordt dat door klimaatwetenschappers niet ontkend maar wel afgedaan als “geneuzel”. Impliciet wordt dit ervaren als een morele aanval op het morele gelijk van de klimaat ideologen.
Vraag dus vooral niet wat het oplevert, wat het kost en wie dat gaat betalen. En al helemaal niet of er misschien alternatieven zijn.

Het zou verstandiger zijn i.p.v. het klimaat te redden, te investeren in het aanpassen van ons leven aan de klimaatverandering, die so wie so komt.
We moeten de illusie opgeven dat we het klimaat zouden kunnen beïnvloeden, ‘redden’ in de ogen van velen. We moeten accepteren dat klimaatverandering van alle tijden is en dat we ons gewoon moeten aanpassen.

Advertenties

Ongecontroleerde formatie, hoge politieke prijs


Nederland heeft een meer-partijensysteem. Hoewel in theorie mogelijk, heeft nog nooit één partij de absolute meerderheid behaald en geheel en al zelfstandig een regering kunnen vormen. Het zijn altijd coalities van meerdere partijen geweest. Tijdens een proces van (in)formatie wordt bekeken of er in de verkiezingprogramma’s die inzet van de verkiezingen zijn geweest voldoende punten van overeenstemming zijn om een stabiele regering te vormen. Voor alle zekerheid worden de punten van overeenstemming vastgelegd in een regeerakkoord en ter stemming gebracht in het parlement, omdat een nieuwe regering pas kan functioneren als het parlement zijn vertrouwen heeft gegeven.

Hoe het formatieproces dient te verlopen is meer een kwestie van politieke mores dan van staatsrecht. De achterliggende gedachte is wel dat op indirecte wijze het regeerakkoord het resultaat van de verkiezingsuitslag dient te weerspiegelen.

Tijdens een formatie kan alles worden besproken. Verkiezingsprogramma’s kunnen niet de toekomst voorspellen, ook op nieuwe uitdagingen moet worden ingegaan.

De afschaffing van de dividendbelasting stond in geen enkel verkiezingsprogramma maar was volgens de VVD urgent vanwege de poging tot overname van AKZO en de dreigende overplaatsing van het hoofdkantoor van Unilever. Een urgentie die is onderstreept door twee grote multinationals met Britse aandeelhoudersUnilever en Shell en het VNO.

Dat is hun goed recht, Shell is ook onderdeel van het maatschappelijke middenveld.

Maar het wringt wel.

Door de vrijgegeven informatie-memo’s weten we nu evenwel dat ambtenaren van Economische en Financiële Zaken de stukken aangeleverd door Hans de Boer van het VNO hebben bestudeerd en geanalyseerd als waren het stukken van politieke partijen. Daar komt dan nog bij dat het Ministerie van Financiën tot een heel andere conclusie kwam dan dat van Economische zaken.

Met zo’n verdeeld ambtelijk advies over zo’n gevoelig onderwerp kun je moeilijk verwachten dat er gemakkelijk een politieke consensus ontstaat.

Door het onderdeel te laten zijn van het regeerakkoord in plaats van het op de politieke agenda te zetten: ‘de regering zal aan het parlement een wetsvoorstel voorleggen om de dividendbelasting af te schaffen’, heeft Rutte er voor gekozen om het afschaffen van de dividendbelasting er zonder ècht parlementair debat door te drukken.

Als onderdeel van het regeerakkoord was het wegstemmen van het dividendvoorstel immers meteen het afschieten van de gedoodverfde nieuwe regering.

Zo hebben we nu de dividendbelasting afgeschaft zonder dat de kiezer of het parlement zich daar over hebben kunnen buigen. Staatsrechtelijk kan dat, maar voor dit passeren van het parlement zou de premier wel eens een hoge politieke prijs voor moeten betalen.

De instorting van de sociaal-democratie in Europa stelt een uitdaging aan centrum rechts


Het politieke midden in Europa is sinds vele jaren in handen geweest van sociaal democraten en christen democraten, met hier en daar zo nu en dan een rol voor de liberalen.

In het Europees Parlement is deze machtsdeling bijna in beton gegoten. Er is een akkoord dat het voorzitterschap roteert tussen deze twee politieke families, en de verwachting van het ‘Spitzenkandidaten’ systeem was dat het voorzitterschap van de Europese Commissie ook afwisselend door één van deze twee politieke families zou worden waargenomen.

Bij de meest recente verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland en nu ook Italië zijn de sociaal-democraten gedecimeerd, en lijken ze op weg in de meeste Europese lidstaten een marginale partij te worden. Wat zeker is dat op termijn de sociaal-democratie niet meer de tweede politieke familie zal zijn.

Het is maar de vraag of de christen-democraten en liberalen blij moeten zijn met het verdwijnen van de politieke familie die ze in zo menig verkiezing zo fel hebben bestreden.

Met de transformatie van socialisten naar sociaal-democraten werd de klassenstrijd ingeruild voor de emancipatie en ontwikkeling van de arbeidersklasse. Deze transformatie die in de jaren dertig van de vorige eeuw plaats vond, maakte dat de sociaal democraten geschikt werden gevonden om regeringsverantwoordelijkheid te nemen.

En zo traden de sociaal democraten toe tot de elite en culmineerde de emancipatie van de naoorlogse arbeidersklasse in de welvaartsstaat, met een huis en auto voor iedereen.

Helaas hebben de sociaal-democratische partij-elites met dat succes ook het contact met hun steeds kleinere achterban verloren. Wat er van overbleef werd vervreemd van de partij elite op het moment dat die in immigranten een nieuwe groep ‘verworpenen der Aarde’ zag waar het oude concept van emancipatie op kon worden toegepast. In het geval van Diederik ‘Ranger’ Samson werd het klimaat zelfs belangrijker dan de achterban.

Het sociaal-democratisch electoraat vond dat echter niet zo’n goed idee van die partij elites. Wat er aan arbeiders over was voelde zich bedreigd door immigranten, zowel in identiteit als op de arbeidsmarkt . En ze wilden de auto ook niet kwijt.

Het electoraat liep over naar een heel scala populisten, die zonder scrupules en met veel opportunisme met de electorale winst wegliepen, maar wel op rechts.

En daarmee is de teloorgang van de sociaal-democratie het probleem van centrum rechts geworden.

Is Wilders in Nederland nog uitgesloten van regeringsvorming, en is dat in Duitsland ook gebeurd, in Italië lijken ze redelijk zeker in de regering te komen.

Deze nieuwe radicaal rechtse partijen zijn namelijk niet alleen tegen immigratie, daar kan centrum rechts zich nog wel in vinden, het is ook sterk anti-elite. En dat beschaafde centrum rechts is nu juist de kern van die elite.

De oude klassenstrijd is nu een strijd tussen de elite en zij die daar geen deel van denken uit te maken.

Radicaal rechts is een existentiële bedreiging voor gematigd centrum rechtse partijen. Met als voorbeeld de Tea Party beweging, Alt Right en dergelijke in de VS, lijkt de rechtse radicale stroming vooral gematigd rechts te bestoken.

Was de machtsdeling met de sociaal democraten gebaseerd op wederzijds respect van de partijkaders die aan beide zijden van het spectrum tot de elite behoorden, van anti-elite en radicaal rechtse partijen hoeft dat respect niet te worden verwacht.

Dit is een zorgelijke ontwikkeling doordat zaken op het gebied van vrede en welvaart door de elites bijzonder goed zijn georganiseerd.

Moeten we de baten van globalisering, vrijhandel, open grenzen, mensenrechten en dergelijke laten ontnemen doordat de machtsdeling door de linkse en rechtse elites aan het wegvallen is?

Het lijkt aan gematigd rechts om het historisch compromis met de sociaal-democratie te vervangen door een scherp gedefinieerde nieuwe ideologie. Een ideologie die meer omvat dan dat alles de schuld van Joop den Uyl is.

Een ideologie die ingaat op een aantal zorgen van de anti-elite aanhangers. Die lijken vooral op het gebied van de identiteit te liggen.

Dit is de historische opdracht om de verworvenheden van economisch en sociaal liberalisme te behouden.

Anders rest voor centrum rechts een plaatsje op het kerkhof van de geschiedenis naast de sociaal-democratie.

De Geschiedenis die bijt


‘Geschiedenis is een echoput, wat je erin gooit komt er weer uit’ was de stelling waar mee E.H. Kossmann nieuwe studenten verwelkomde. Geschiedschrijving, niet te verwarren met De Geschiedenis, zegt minstens zoveel over het heden als het verleden, was het punt wat hij vanaf dag een wilde maken.

Geschiedschrijving wordt enthousiast gebruikt om het heden te presenteren als de onvermijdelijke uitkomst van het verleden, en liefst een glorieus verleden om ook het heden van een gouden randje te voorzien.

Zo moest het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden begin negentiende eeuw op een delicate wijze de geschiedenis herschrijven. Het glorieuze verleden van de Republiek was mooi, maar de rol van Willem van Oranje mooier. Er moest worden benadrukt dat De Republiek een inefficiënte staatsvorm was en het Koninkrijk het natuurlijke eindpunt van de ontwikkeling was.

Het particularisme van de burgerij werd als inefficiënt afgeschilderd en ingaand tegen het nationale belang waar de heldhaftige Oranjes tegenover stonden die met daadkracht het nationale idee dienden.
De wetenschap kwijtte zich enthousiast van deze taak. Met behulp van de schilderijen van Rembrandt en Vermeer, wat oorlogen en monumenten werd de Gouden Eeuw bij elkaar gefabuleerd.

En nu is het nog steeds niet anders.

Zo bleek na de oorlog Nederland een land van verzetshelden te zijn en werden er in Indonesië alleen een aantal ‘politionele’ ácties uitgevoerd.  Dat het KNIL in Indonesië oorlogsmisdaden had gepleegd in dezelfde stijl als de Duitse bezetter, kon heel lang niet worden erkend, want dat paste niet in ons ‘goede’ zelfbeeld.

Geschiedschrijving dient dus hoofdzakelijk om de groep een identiteit te geven door het creëren van een gemeenschappelijke geschiedenis, de uitkomst is een heden dat per definitie goed dient te zijn, anders zou je het heden moeten veranderen, en dat is lastig.

Over het algemeen is dat redelijk gelukt met de autochtone bevolking uit de oude Republiek.
De meeste Limburgse kindertjes denken nu dat een voorouders Amsterdamse koopmannen waren.

Het gaat natuurlijk botsen als nieuwe groepen zich niet goed in het heden voelen. Dan bevalt de geschiedenis ook niet, en moet inderdaad het heden worden veranderd door de geschiedschrijving te veranderen.

Het debat over de Nederlandse geschiedenis is er dus vooral een van een multiculturele samenleving op zoek naar een nieuw verhaal. God, Vaderland en Oranje moet worden vervangen, maar door wat?

Showman Jort Kelder heeft, gebaseerd op een heuse verkiezing, het Plakkaat van Verlatinge voorgesteld. De Nederlandse revolutie wordt overal ter wereld als startpunt gezien van de ontwikkeling van de democratie, met als kernmomenten de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de Franse revolutie.

Overal, behalve in Nederland, zowel Regenten als Oranje wilden de nieuw verworven onafhankelijkheid van de Spanjaarden en macht voor zichzelf wilden houden. end geschiedschrijving moest mensen niet op ideeën brengen van democratie.
En hoewel het plakkaat geen onafhankelijkheidsverklaring is wordt het nu wel zo gebracht, omdat het potentieel een universalistisch symbool is dat de verzuilde en etnisch versplinterde geschiedschrijving kan overstijgen.

Op zoek naar een nieuwe identiteit zal de geschiedschrijving zich dus aanpassen. Het zal even zoeken worden, maar er zullen vast wel meer universele symbolen te vinden zijn in de vaderlandse geschiedenis die ras en geloof overstijgen en die de Nederlandse samenleving na de verzuiling een nieuwe identiteit kunnen geven.

Er zullen nog vele Zwarte Pieten discussies nodig volgen, maar wat met Friezen en Limburgers gelukt is, zal ook wel met multicultureel Nederland gebeuren. Uiteindelijk zal de dominantie van de Randstad wel leiden tot een geschiedschrijving die de onvermijdelijkheid daarvan ‘bewijst’.

Onafhankelijkheid, Globalisering en de Nationale Staat


Terwijl de globalisering de verschillende samenlevingen steeds meer van elkaar afhankelijk maakt zien we tegelijkertijd zoveel onafhankelijkheidsbewegingen dat er bijna wel een band tussen de twee moet bestaan. De Britten uit de EU maar wel onderdeel van de wereldeconomie, Catalonië uit Spanje maar niet uit de EU, Schotland uit het VK maar ook wel in de EU, de Exit is In zullen we maar zeggen.

Met de vestiging van het kapitalisme en liberale systeem als basis voor de wereldorde aan het eind van de twintigste eeuw nam de internationale vrijhandel een grote vlucht en werd de moderne industriële samenleving onderdeel van ‘The Global Village’ als metafoor voor het fenomeen dat iedereen van elkaar afhankelijk is geworden. Dat gebeurde op grond van staten met een ‘nationale’ identiteit.

De regionale nationalisten willen dan wel uit hun nationale staten, maar zeker in de EU blijven. Het Verenigd Koninkrijk wil dan wel uit de Europese Unie, maar wel een ‘Global player’ zijn.

Alle populisten, Independistas en Brexiteers willen wel de voordelen van internationale handel, maar niet de politieke structuren waarbinnen die handel wordt gevoerd.

Wat opvalt bij alle oprispingen van onafhankelijkheid, is dat niemand terug wil naar een agrarische samenleving. Integendeel, zonder de baten van de globalisering zouden deze onafhankelijkheid dromen geen economische basis hebben.

Men wil af van politieke structuren die als knellend worden ervaren. Het vreemde is nu dat de bestaande politieke structuren die globalisering in goede banen leiden. Het knelt dus niet op het gebied van de resultaten. Het lijkt vooral te knellen op het gebied van soevereiniteit en de beslissingsmacht binnen dat systeem. Immers, als staten en gemeenschappen zijn van elkaar afhankelijk, en niemand kan meer in zijn eentje beslissen over het eigen lot, dat moet binnen een systeem van samenwerking.

En die verplichte samenwerking leidt nu juist tot die wederzijdse afhankelijkheid die zo wordt veracht: ‘Brussel’ ‘de Verenigde Naties’ zijn symbolen voor vermeende opgelegde macht, terwijl het in wezen samenwerkingsverbanden zijn waar binnen nationale staten met elkaar afspraken maken. Voor de regionale nationalisten komt daar dan nog eens de nationale hoofdstad als veracht symbool boven op. Maar ook als ze zich los zouden maken van de nationale hoofdstad, zouden ze gebonden blijven aan de logica en de wetten van de globalisering.

Het probleem is dus niet de globalisering, maar het ontbreken van een daarvoor adequate politieke structuur.

Is voor de regionale nationalisten het nationale kader sowieso een –emotioneel-knellend kader, voor bijna alle regio’s geldt dat waar de nationale staat gedereguleerd en geprivatiseerd heeft, die regio’s vervolgens wel zelfstandige actoren binnen de wereldeconomie zijn geworden. De rol van de burgemeester van Londen met zijn pleidooien voor een aparte status voor zijn stad post Brexit is daar een goed voorbeeld van. Een combinatie van aldus gewonnen economische voorspoed bovenop een al sterk regionaal bewustzijn kan dan leiden tot een situatie als in Catalonie.

Ook de ‘nationale’ nationalisten zijn niet tevreden met de rol van de natie staat op het internationale niveau, waar veelal een vermeend verlies van soevereiniteit wordt betreurd. Dat vermeende verlies van soevereiniteit vindt zijn oorsprong in het feit dat het verlies van controle over de eigen economie door privatisering en deregulering niet wordt gecompenseerd door dezelfde beslissingskracht op internationaal niveau, waar iedere staat een van de vele is.

De kern van de oplossing lijkt zo te liggen op het nationale niveau. Aan de ene kant moet op nationaal niveau een politiek antwoord worden gevonden op de aspiraties van (ontevreden ) regionale politici en hun achterban. Aan de andere kant dienen nationale politici eerlijk te zijn over de besluiten die ze op internationaal nemen en ervoor te zorgen dat die besluiten aan de juiste democratische controle wordt onderworpen, want daar lijkt de schoen te wringen.

Dat zou kunnen worden opgelost door de politieke organen van de internationale organisaties rechtstreeks door de burger te laten kiezen. Te vrezen valt echter dat de opkomst voor de verkiezing van de voorzitter van de WTO alle laagterecords van het Europees Parlement gaat verbrijzelen.

Het antwoord op de globaliseringsscepsis dient derhalve te komen van het nationale niveau als we de baten van de globalisering willen behouden. Een aanpassing van democratische structuren en processen op nationaal niveau lijkt een belangrijke stap om het vertrouwen van de burger te behouden.

 

Het Nederlandse vitale belang vraagt een heroriëntatie op Frankrijk en Duitsland


In Nederland mag men graag denken dat de Nederlandse belangen gelijk lopen aan die van Groot Brittannië. Daar was in de jaren vijftig ook wel wat voor te zeggen. Beide landen waren na WOII en het verlies van de koloniën op zoek naar een nieuwe plek in de wereldeconomie en vooral de wereldhandel.

Als ‘Founding father’ van de EEG was de laatste weliswaar een goed instrument voor Nederland om de handel in Europa veilig te stellen, het mocht geen protectionistisch continentaal systeem worden dat ten koste zou gaan van de meer globale Nederlandse belangen.

De EEG moest voor Nederland eveneens ondergeschikt blijven aan de NAVO daar veiligheid boven economie ging in de tijd van de Koude Oorlog.

Lidmaatschap van Groot Brittannië van de EEG leek dan ook zowel in Nederlands veiligheids- als economisch belang en werd speerpunt van Nederlands’ beleid.

Jammer dat de Britten eerst zelf niet meewerkten, maar in 1972 werd hun EEG lidmaatschap dan toch een feit.

De wereld is sindsdien wel veranderd. Nederland is naast handels- ook industrieland geworden, de oude EEG is de basis geworden voor een hechtere politieke samenwerking en eenwording in Europa, die EU heeft zoveel wereldwijde handelsakkoorden gesloten dat een eventuele tegenstelling van ‘continentaal Europa’  versus ‘globale belangen’ niet meer bestaat, de USSR en diens vazalstaten in oost Europa bestaan niet meer en de Amerikaanse veiligheidsgarantie voor Europa is niet meer vanzelfsprekend.

Op zichzelf al genoeg redenen om de Nederlandse vitale belangen eens goed te bekijken, de Brexit maakt dit een noodzakelijkheid. Immers, nu de Britten niet eens meer hun eigen belangen lijken te kunnen dienen, kunnen we er zeker van zijn dat ze in ieder geval niet die van Nederland zullen dienen.

Gebouwd op de Frans Duitse as, zijn Groot Brittannië, Italië, Spanje en Polen grootmachten binnen de klassieke EU geworden. Nu Groot Brittannië de EU verlaat en de economische relance vorm begint te krijgen, blijkt dat toch alleen de Franse Duitse as de politieke richting van de EU bepaalt.

Alles wat Groot Brittannië de afgelopen jaren heeft tegenhouden komt nu weer op de politieke agenda te staan, en dat zullen Spanje, Italië en Polen om verschillende redenen niet beïnvloeden, ergo, behalve Polen komt het ze goed uit.

Nu moet Nederland een fundamentele keuze maken. Een keuze die dient te worden gebaseerd op de aanname dat op dit moment Duitsland voor Nederland de eerste handelspartner is, zowel qua uitvoer als qua invoer. Bovendien is Nederland het belangrijkste doorvoerland, waarbij de haven van Rotterdam een centrale rol speelt. Handel met Groot Brittannië buiten de Unie zal afnemen door het ontstaan van tariefmuren..

De economische realiteit versterkt het politieke luik. Nederland dient te accepteren dat Groot Brittannië niet meer deel neemt aan de Europese samenwerking en eenwording en dat Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, hierin juist het initiatief neemt.

Naast de economie dienen we natuurlijk ook de veiligheidsdimensie in ogenschouw te nemen. Natuurlijk zal Groot Brittannië er in NAVO verband op blijven hameren dat het een kernmacht is en een special relationship met de VS heeft. Dat moge waar zijn, die zelfde VS heeft Europa bij monde van President Trump zeer duidelijk gemaakt dat het verwacht dat Europa zijn eigen defensie betaalt.

En daarmee komen de economische en defensie belangen van Nederland gelijk te lopen binnen de Europese Unie. De politieke toekomst van de EU wordt nu geagendeerd door President Macron en Kanselier Merkel, zaak voor Nederland om zich daar zo nauw mogelijk bij aan te sluiten zodra Merkel herkozen is en Rutte weer in het Torentje zit.

Brexit, een gouden kans voor de wetenschap!


Geschiedenis, economie, interessante vakken maar geen echte wetenschappen in de meeste strikte zin van het woord omdat laboratorium- en dubbel blind proeven niet mogelijk zijn.

De economen hebben dan nog het Grote Communistische Experiment gehad, historici moeten hard werken om niet de journalisten van het verleden te worden.

De Brexit is dan ook een gouden kans voor de wetenschap: een heel land dat zich vrijwillig beschikbaar stelt voor een laboratoriumproef.

Een unieke kans om de hypothese op grond waarvan de Europese samenwerking en eenwording stoelt wetenschappelijk te testen. Die hypothese luidt dat het vrijmaken van de markt leidt tot een optimalisatie van de productiefactoren en daarmee tot het ontstaan van dusdanige interdependenties op economisch, financieel en monetair vlak dat politieke samenwerking en integratie noodzakelijk is. Als gevolg van die noodzakelijke samenwerking verdwijnt het instrument van het gewapend conflict -oorlog- uit de toolkit van de politici.

Deze hypothese ligt ten grondslag aan het originele EEG Verdrag, en nog sterker aan het Verdrag van Maastricht. Immers, een Verenigd Duitsland mocht nooit meer de bron zijn van instabiliteit en geweld in Europa, en daarom was een verdere economische, monetaire en politieke Europese integratie de voorwaarde om Duitse integratie mogelijk te maken.

Eurosceptici trekken dit alles in twijfel, op zijn minst vinden ze dat de soevereiniteit van de nationale staat niet mag worden opgeofferd aan de vermeende voordelen van Europese samenwerking.

De Brexit biedt nu de kans voor een uniek experiment. Men neme een groep landen die zestig jaar een behandeling hebben gehad met een cocktail van vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal en zondere dan een land af aan welke men die behandeling onthoudt, en dan is het een kwestie van meten wat er gebeurt.

Ik stel voor dat een internationaal wetenschappelijk comité verder gaat uitwerken wat er moet worden gemeten, maar ik denk dat de ontwikkelingen in Bruto National Product, koopkrachtontwikkeling, in-en uitvoer gegevens, al een paar goede zijn om mee te beginnen.

Het lijkt mij een uitgelezen kans voor eurosceptici om hun gelijk te bewijzen, en een vervolg op de Brexit te organiseren in de vorm van het stopzetten van het proces van Europese samenwerking en eenwording.

Meten is weten is een oude timmermanswijsheid. Maar ik ben bang dat juist daarom deze unieke wetenschappelijke kans niet zal worden opgepakt door Thierry Baudet c.s.

Zij zullen niet willen meten, omdat ze de waarheid niet willen weten maar in het troebele water van de onkunde hun politieke garen willen kunnen blijven spinnen.