Advertenties
Archief | januari, 2013

Wordt het een gat in de begroting of een gat in Groningen?

31 Jan

Er gaat niets boven Groningen, vooral om wat er onder zit. En als dat dan gaat beven zijn de poppen aan het dansen. De ondergrond van Groningen heeft namelijk wel op een zeer originele wijze inhoud gegeven aan het begrip ‘Krimpregio’ door met een kracht van 3.6 op de schaal van Richter te gaan beven.

Het verschil tussen aardbevingen in Japan en die in Groningen is dat die in Japan puur natuurrampen zijn, terwijl die in Groningen worden veroorzaakt door het oppompen van gas door de NAM ten behoeve van ons comfort en dat van de minister van Financiën.
Het is dus geen natuurramp maar een bestuurlijk ramp.

En in deze moeilijke tijden had de minister van economische net toegestaan maar wat extra gas op te pompen, immers twee miljard euro extra is best wel belangrijk!

Minister Kamp wordt nu geconfronteerd met een interessant politiek dilemma. Immers, Groningen is onmiskenbaar onderdeel van het Koninkrijk, en veel van de getroffen boeren zullen ongetwijfeld behoren tot het liberale kamp.
Voor het voortbestaan van zowel vaderland als achterban moet minder gas worden gewonnen.
Maar ja, twee miljard minder op een moeizaam onderhandeld budget met de PvdA, dat is geen goed nieuws.

En minder budget betekent nog meer hardere ingrepen bij alle burgers in het gehele land.
De reactie is dan ook wel begrijpelijk: uitstellen door het probleem eerst maar eens goed te bestuderen. Maar dat is zoiets als een brandweerkommandant die, aan gekomen op de plaats des onheils, zegt: ‘Ik weet het nog zo niet, dat blussen, eerst maar eens kijken wat de groep er van vindt!

Dat is dus riskant, kerntaak een van de staat immers het garanderen van de fysieke veiligheid van de burgers, ook die in Groningen. Maar ja, de beloften aan al die andere kiezers zitten toch nog wel erg vers in het geheugen.

Kamp’s risico is dus dat hij een keuze maakt die de cohesie van de Staat op het spel zet of op zijn minst een hele regio het idee geeft Den Haag wel het gas neemt, maar niets terug geeft. Hoe zou dat worden vertaald ‘I want my money back’ in het Gronings?

Die keuze zal hij dus niet willen maken. Hij kan twee dingen doen, al het fysiek en in waarde gedaalde onroerend goed opkopen –maar dat is wel erg duur- of het oppompen temporiseren.

Dan hebben we dus alleen nog maar een gat in de begroting.
Er wreekt zich nu dat de aardgasbaten nooit in een reserve fonds gestopt zijn, maar als kasgeld direct in de begroting gegaan zijn. Maar beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Een fonds voor de bodemschade moet toch mogelijk zijn. En wat is er dan logischer dat degene die het meest gewonnen hebben bij dat gas het meeste bijdragen?
Dat lijkt in eerste instantie de NAM te zijn.

Politiek gezien heeft dit als voordeel dat zowel de kool als de geit wordt gespaard, en de rekening door een derde wordt betaald.
Kamp kan aanvoeren bij de NAM dat hij van Diederik Samsom een heel moeilijk woord heeft geleerd: Solidariteit, sterkste schouders en zo. Misschien kan het Bureau van Ton Elias nog wat helpen: Cohesie van Nederland, Best Belangrijk!

Advertenties

De Obama Norm

14 Jan

Er is zowel in Nederland als in België een debat ontstaan over de salariëring in de openbare sector.
In Nederland gaat het dan over de vraag of overheidsmanagers wel of niet meer mogen verdienen dan de eerste minister, in België gaat het over de vraag of een lid van het Koninklijk Huis het geld wat hij of zij heeft ontvangen van de staat als privé geld mag beschouwen.

In Nederland kennen we de Balkenende norm. Deze norm zegt dat aangezien er verantwoordelijker beroep is in de openbare sector dan die ban premier, niemand ook meer hoort te verdienen dan de premier. Hier valt wel iets voor te zeggen, ware het niet dat de premier moeilijk over zijn eigen salaris kan onderhandelen. Het lijkt toch onwaarschijnlijk dat vlak voordat de aankomend premier met Beatrix en de nieuwe equipe op het bordes komt zegt: Majesteit, we moesten het eigenlijk nog wel even over de centen hebben voordat we verder gaan!
Gelukkig heeft een commissie onder leiding van wijlen Hans Dijkstal daar goed over nagedacht, dus het zal wel goed zitten. Wat wel opvalt in de pers is dat netto en bruto bedragen vrolijk door elkaar worden gehaald, net of dat met de Nederlandse belastingdruk niets uit maakt!
Het blijft evenwel vreemd dat overheidsmanagers een norm krijgen opgelegd die is gebaseerd op het salaris van een politicus. Immers, een politicus heeft een ander risico profiel (mag dus iets meer verdienen!) terwijl de premier dan meestal wel goed terecht komt, dus die kan dan juist weer een lager salaris accepteren. Het salaris van de premier lijkt dan ook geen goed uitgangspunt voor het salaris van ambtenaren.

In België blijkt nu dat Koningin Fabiola niet alleen €1.4 meuro per jaar krijgt maar haar erfenis ook nog eens ‘tax-efficient’ wil regelen. Er is grote ophef over ontstaan. Dat is vreemd, want de Koningin, wiens taak het toch is de eenheid van het volk uit te drukken, had niet beter haar identificatie met het Belgische volk kunnen uitdrukken dan de Belgische nationale sport te beoefenen: belasting ont…..wijken!
De ophef is dan ook meer een teken van de dalende populariteit van het Koningshuis en de vraag: waarom moet een oude dame per jaar een komma vier miljoen ontvangen om brieven te beantwoorden van burgers.
Het is duidelijk, hier moet een norm komen.

Naar analogie met het vaststellen van de Balkenende norm stel ik een nieuwe norm voor, de Obama norm. Er is immers geen drukkere baan als staatshoofd dan die van President van de US of A. Dus alle premiers, koningen en koninginnen, niet meer verdienen als salaris dan Obama. Alle andere kosten noodzakelijk voor het functioneren van premier of om de magie van het paleis in stand te houden, budgetteren.
Helder, transparant en geen onduidelijkheid of privé of openbaar geld. . Dan kan bovendien de normering van de salariëring van overheidsmanagers gebaseerd worden op grond van de merites van die overheidsmanagers zelf, en niet op grond van het salaris van een politicus.

Het voorzitterschap van de Eurogroep door Minister Dijsselbloem is in het Nederlandse belang

11 Jan

Minister Dijsselbloem zal zich ook in eerste instantie hebben afgevraagd of het verstandig zou zijn voorzitter te worden van een club waar je nog maar een keer bent geweest.
Maar het lidmaatschap van de Eurogroep is niet iets persoonlijk, het land is daar lid van en Dijsselbloem is de Minister van Financiën. Je kunt dus ook zeggen dat Nederland voorzitter wordt, en daar zijn veel goede argumenten voor.

Er wordt geargumenteerd dat het niet verstandig is dat Nederland deze positie gaat bezetten omdat het dan niet zijn eigen belang zou kunnen verdedigen.
Immers, als voorzitter dien je de besluitvorming van de groep en niet je eigen specifieke deelbelang.
Daar valt op zichzelf wel iets voor te zeggen, maar het is wellicht goed te weten wat het Nederlandse belang ook al weer is.

Het fundamentele belang, op grond waarvan Nederland de EEG destijds mede heeft opgericht, is dat Nederland te klein is om bij grote landen het Nederlandse belang af te dwingen en het dus verstandiger is een internationale rechtsorde te scheppen, vooral op economisch gebied, waarbinnen gelijke regels gelden voor met name de Nederlandse export economie.

Dat is gelukt en dat is van zeer groot economisch belang voor Nederland gebleken.
Bij de Eurogroep geldt dit in de overtreffende trap, immers, daar gaat het om de waarde van onze munt, want de Euro is onze munt. Stabiliteit van die munt is een voorwaarde voor een stabiele economie en samenleving.

Die moet juist niet ondergeschikt worden gemaakt aan de specifieke belangen van grote landen, maar aan de grondregels die zijn afgesproken, ook met Nederland, op het moment dat de gulden werd ingeruild voor de euro.
Dat is het hoogste Nederlandse belang bij de Euro.

Als voorzitter van de Eurogroep is minister Dijsselbloem daartoe bij uitstek in staat. Het lijkt dan ook verstandig deze kandidatuur te verwelkomen.
Daarnaast komt Nederland terug in het hart van de Europese besluitvorming, dat is vanuit dezelfde redenering een goede zaak.

De (on) betrouwbare overheid

8 Jan

In een ver verleden heeft de Europese overheid, dat wil zeggen alle Europese landen inclusief Nederland, mij een baan aangeboden.
Ik heb mij verplicht een aantal uren per dagen in een kantoorpand aanwezig te zijn, een aantal taken uit te voeren en het pand weer te verlaten als de baas tevreden is. Als tegenprestatie maakt die overheid iedere maand een afgesproken salaris over.
Voor het goede begrip, dat werd voorgesteld door die overheid. Want het werk was belangrijk.

Maar de tijden zijn veranderd, iedereen moet de broekriem aanhalen, prima. In het kader van die nieuwe realiteit is er een salarisontwikkeling afgesproken die is gebaseerd op de lonen van de nationale ambtenaren. Dat is onderhandeld met de vakbonden en ik kan mij er in vinden.
Dit jaar, en het jaar daarvoor, hadden de regeringen even geen zin om die loonsverhoging die ze hun eigen ambtenaren hebben gegeven door te rekenen naar de Europee ambtenaren. Kwam politiek even niet uit. Moeilijk verhaal, slechte koppen in de pers.
Dat is dus vette pech voor Europese ambtenaren, die maar meteen het stempel ‘Eurocraat’ opgestempeld krijgen. Als je een ‘Eurocraat’ wat aandoet is dat altijd nog minder erg dan wanneer je dat een mens aandoet, nietwaar?

Zijn Europese ambtenaren de enigen? Zeker weten van niet. Griekse gepensioneerden, Nederlandse werknemers die dachten dat ze met 65 AOW kregen, toekomstige huizenbezitters, allemaal krijgen ze te maken met de onvermijdelijke andere regels dan waar ze hun plannen op hadden gebaseerd.

Zou ik het zelf anders hebben gedaan, als ik politicus was geweest?

Ik ben heel erg bang van niet. Als je als politicus de keus krijgt tussen het redden van de economie en pijn bij een groep burgers, dan kies je uiteindelijk toch voor het voortbestaan van de economie, dus het land.
Jammer voor die burgers..

De onvermijdelijke wetmatigheden beschreven door Darwin bepalen immers dat overleven van de soort voorrang heeft boven het leven van het individu.

Maar er valt natuurlijk wel een hele harde les uit te leren. En die is dat de overheid per definitie onbetrouwbaar is. Niet omdat politici of ambtenaren slecht zijn, maar gewoon omdat het besturen van een land soms keuzes vergt die ingaan tegen eerder gemaakte afspraken. Voortschrijdend inzicht heet dat, of: Met de kennis van nu……

En dus moet de burger, die overigens zelf die politici democratisch heeft gekozen, zijn lessen trekken. Niet vertrouwen dat collectieve voorzieneningen zijn sociaal vangnet zullen zijn, maar zelf buffers opbouwen, spaarpotjes aanleggen, uitgaan van zelfredzaamheid, zorgen dat een familie of ander netwerk als sociaal vangnet kan dienen, risico’s spreiden.

Dat is natuurlijk niet een houding waar we de economie mee uit het slop trekken, maar ja, dat is een beetje de schuld van diezelfde overheid!

En dus van ons zelf, wij die die politici kiezen.

(On)betrouwbaarheid is dus van iedereen.

200 jaar Koninkrijk der Nederlanden

3 Jan

De Nederlandse staat viert dit jaar 200 jaar Koninkrijk. Nederland bestaat natuurlijk al veel langer, de Unie van Utrecht van 1579 zou een hele goede begindatum zijn, hoewel de Republiek pas formeel in 1588 werd opgericht.

 Napoleon komt de eer toe de Republiek te hebben ontbonden en er een Koninkrijk van te hebben gemaakt. De Oranjes, die dat zelf nooit gelukt was, namen de nieuwe boedel graag over.

De economische en politieke realiteit was natuurlijk dat een eenheidsstaat met meer centraal geleide processen een beter antwoord was op een zich industrialiserende samenleving, in en buiten Nederland. Globalisering, ook toen al.

 Het bestuurlijke antwoord op die globalisering werd in de negentiende eeuw door Napoleon gegeven, in de twintigste en eenentwintigste eeuw is dit het proces van Europese samenwerking en eenwording geweest, nadat een aantal andere landen het nodig hadden gevonden deze vraag op het slagveld te beantwoorden.

 Was de Republiek een heel goede staatsvorm in een globaliserende wereld gebaseerd op handel, de centrale eenheidsstaat was blijkbaar het model voor de combinatie industrialisatie en kolonisatie.

 De regering Rutte gaat de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw aan met het op de schop nemen van zowel de nationale overheid onder het motto ‘kerntaken’ en ‘meer met minder’ maar vooral een kleinere overheid, gemeenten van 100.000 inwoners en vijf provincies. Wat opvalt is dat de oplossing wordt aangedragen voordat het probleem wordt gesteld.

 De maat moet blijkbaar anders.  Friese dorpen liggen ongeveer drie a vier kilometer uit elkaar. In de middeleeuwen vond men namelijk dat je niet langer dan een uur erover moest doen om  naar de kerk te gaan om te bidden. En zo werden kerken, en dus dorpen, gesticht, ‘op een uur gaans’. De systematisch ingestelde Fransen stichtten hun departementen op grond van de logica dat iedereen te paard de centrum stad in een dag moest kunnen bereiken. Dat was al wat groter.

Met de DigID heb ik de lokale, regionale en landelijke overheid binnen een milliseconde onder handbereik. Een ontwikkeling die de overheid, begrijpelijk, zeer stimuleert. Maar tegelijkertijd is er geen natuurlijke maat meer voor de overheid. Niet voor de lokale, maar ook niet voor de nationale.

 

De realiteit is dat ‘de overheid’ niet meer in geografische kringen om de burger heen ligt. De overheid wordt vooral iets functioneels voor de burger. Identiteit is ook belangrijk, maar voor de Nederlandse overheid geen argument voor bestuurlijke indeling op lokaal of regionaal niveau. Waarom dat dan wel voor het nationale niveau zou gelden is onlogisch.

We hebben gezien dat in het verleden De Nederlanders verschillende staatsvormen hebben gekozen om zich aan te passen aan een veranderende wereld. Veelal gedwongen, dat wel.

Doordat er geen duidelijk probleem wordt gesteld lijkt het onwaarschijnlijk dat de huidige plannen voor het binnenlands bestuur succesvol zullen zijn, want wat zou het ijkpunt zijn?

Verwarring en chaos, dat zal wel haalbaar blijken vrees ik.

Maar ook het bestaan van Nederland zelf komt ter discussie te staan. Het zou zo maar eens kunnen dat vijf frisse nieuw landsdelen, zonder de last van grote, niet meer zo noodzakelijke departementen, beter kunnen functioneren in een Europees verband.

Ja, Europa, want dat bestaat ook nog.

Het merendeel van ons beleid is immers een soort medebewind in EU verband.

Niet dat Nederland soevereiniteit heeft overgedragen aan een centrale staat in Brussel. Nee, veel meer heeft Nederland de afgelopen vijftig jaar besloten de soevereiniteit gedeeld uit te voeren in samenwerking met de Europese partners in gedeeld Europees beleid.

De uitvoering van dat beleid wordt gedecentraliseerd naar vijf sterke provincies en zeer grote gemeentes.

Door het bestaan van Europa in bestuurlijke zin te negeren maar wel een grootschalige bestuurlijke reorganisatie te organiseren zonder duidelijke probleemstelling, zet deze regering de staatsstructuur van Nederland ter discussie zonder dat het weet wat het als uitkomst wil.

Dat komt door een gebrek aan visie op zowel Nederland als Europa.

Die 200 jaar Koninkrijk hebben we gehaald maar als we de 400 willen gedenken zal er toch snel een visie moeten worden ontwikkeld op de plaats van Nederland in Europa.

%d bloggers liken dit: