De instorting van de sociaal-democratie in Europa stelt een uitdaging aan centrum rechts


Het politieke midden in Europa is sinds vele jaren in handen geweest van sociaal democraten en christen democraten, met hier en daar zo nu en dan een rol voor de liberalen.

In het Europees Parlement is deze machtsdeling bijna in beton gegoten. Er is een akkoord dat het voorzitterschap roteert tussen deze twee politieke families, en de verwachting van het ‘Spitzenkandidaten’ systeem was dat het voorzitterschap van de Europese Commissie ook afwisselend door één van deze twee politieke families zou worden waargenomen.

Bij de meest recente verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland en nu ook Italië zijn de sociaal-democraten gedecimeerd, en lijken ze op weg in de meeste Europese lidstaten een marginale partij te worden. Wat zeker is dat op termijn de sociaal-democratie niet meer de tweede politieke familie zal zijn.

Het is maar de vraag of de christen-democraten en liberalen blij moeten zijn met het verdwijnen van de politieke familie die ze in zo menig verkiezing zo fel hebben bestreden.

Met de transformatie van socialisten naar sociaal-democraten werd de klassenstrijd ingeruild voor de emancipatie en ontwikkeling van de arbeidersklasse. Deze transformatie die in de jaren dertig van de vorige eeuw plaats vond, maakte dat de sociaal democraten geschikt werden gevonden om regeringsverantwoordelijkheid te nemen.

En zo traden de sociaal democraten toe tot de elite en culmineerde de emancipatie van de naoorlogse arbeidersklasse in de welvaartsstaat, met een huis en auto voor iedereen.

Helaas hebben de sociaal-democratische partij-elites met dat succes ook het contact met hun steeds kleinere achterban verloren. Wat er van overbleef werd vervreemd van de partij elite op het moment dat die in immigranten een nieuwe groep ‘verworpenen der Aarde’ zag waar het oude concept van emancipatie op kon worden toegepast. In het geval van Diederik ‘Ranger’ Samson werd het klimaat zelfs belangrijker dan de achterban.

Het sociaal-democratisch electoraat vond dat echter niet zo’n goed idee van die partij elites. Wat er aan arbeiders over was voelde zich bedreigd door immigranten, zowel in identiteit als op de arbeidsmarkt . En ze wilden de auto ook niet kwijt.

Het electoraat liep over naar een heel scala populisten, die zonder scrupules en met veel opportunisme met de electorale winst wegliepen, maar wel op rechts.

En daarmee is de teloorgang van de sociaal-democratie het probleem van centrum rechts geworden.

Is Wilders in Nederland nog uitgesloten van regeringsvorming, en is dat in Duitsland ook gebeurd, in Italië lijken ze redelijk zeker in de regering te komen.

Deze nieuwe radicaal rechtse partijen zijn namelijk niet alleen tegen immigratie, daar kan centrum rechts zich nog wel in vinden, het is ook sterk anti-elite. En dat beschaafde centrum rechts is nu juist de kern van die elite.

De oude klassenstrijd is nu een strijd tussen de elite en zij die daar geen deel van denken uit te maken.

Radicaal rechts is een existentiële bedreiging voor gematigd centrum rechtse partijen. Met als voorbeeld de Tea Party beweging, Alt Right en dergelijke in de VS, lijkt de rechtse radicale stroming vooral gematigd rechts te bestoken.

Was de machtsdeling met de sociaal democraten gebaseerd op wederzijds respect van de partijkaders die aan beide zijden van het spectrum tot de elite behoorden, van anti-elite en radicaal rechtse partijen hoeft dat respect niet te worden verwacht.

Dit is een zorgelijke ontwikkeling doordat zaken op het gebied van vrede en welvaart door de elites bijzonder goed zijn georganiseerd.

Moeten we de baten van globalisering, vrijhandel, open grenzen, mensenrechten en dergelijke laten ontnemen doordat de machtsdeling door de linkse en rechtse elites aan het wegvallen is?

Het lijkt aan gematigd rechts om het historisch compromis met de sociaal-democratie te vervangen door een scherp gedefinieerde nieuwe ideologie. Een ideologie die meer omvat dan dat alles de schuld van Joop den Uyl is.

Een ideologie die ingaat op een aantal zorgen van de anti-elite aanhangers. Die lijken vooral op het gebied van de identiteit te liggen.

Dit is de historische opdracht om de verworvenheden van economisch en sociaal liberalisme te behouden.

Anders rest voor centrum rechts een plaatsje op het kerkhof van de geschiedenis naast de sociaal-democratie.

Advertenties

De Geschiedenis die bijt


‘Geschiedenis is een echoput, wat je erin gooit komt er weer uit’ was de stelling waar mee E.H. Kossmann nieuwe studenten verwelkomde. Geschiedschrijving, niet te verwarren met De Geschiedenis, zegt minstens zoveel over het heden als het verleden, was het punt wat hij vanaf dag een wilde maken.

Geschiedschrijving wordt enthousiast gebruikt om het heden te presenteren als de onvermijdelijke uitkomst van het verleden, en liefst een glorieus verleden om ook het heden van een gouden randje te voorzien.

Zo moest het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden begin negentiende eeuw op een delicate wijze de geschiedenis herschrijven. Het glorieuze verleden van de Republiek was mooi, maar de rol van Willem van Oranje mooier. Er moest worden benadrukt dat De Republiek een inefficiënte staatsvorm was en het Koninkrijk het natuurlijke eindpunt van de ontwikkeling was.

Het particularisme van de burgerij werd als inefficiënt afgeschilderd en ingaand tegen het nationale belang waar de heldhaftige Oranjes tegenover stonden die met daadkracht het nationale idee dienden.
De wetenschap kwijtte zich enthousiast van deze taak. Met behulp van de schilderijen van Rembrandt en Vermeer, wat oorlogen en monumenten werd de Gouden Eeuw bij elkaar gefabuleerd.

En nu is het nog steeds niet anders.

Zo bleek na de oorlog Nederland een land van verzetshelden te zijn en werden er in Indonesië alleen een aantal ‘politionele’ ácties uitgevoerd.  Dat het KNIL in Indonesië oorlogsmisdaden had gepleegd in dezelfde stijl als de Duitse bezetter, kon heel lang niet worden erkend, want dat paste niet in ons ‘goede’ zelfbeeld.

Geschiedschrijving dient dus hoofdzakelijk om de groep een identiteit te geven door het creëren van een gemeenschappelijke geschiedenis, de uitkomst is een heden dat per definitie goed dient te zijn, anders zou je het heden moeten veranderen, en dat is lastig.

Over het algemeen is dat redelijk gelukt met de autochtone bevolking uit de oude Republiek.
De meeste Limburgse kindertjes denken nu dat een voorouders Amsterdamse koopmannen waren.

Het gaat natuurlijk botsen als nieuwe groepen zich niet goed in het heden voelen. Dan bevalt de geschiedenis ook niet, en moet inderdaad het heden worden veranderd door de geschiedschrijving te veranderen.

Het debat over de Nederlandse geschiedenis is er dus vooral een van een multiculturele samenleving op zoek naar een nieuw verhaal. God, Vaderland en Oranje moet worden vervangen, maar door wat?

Showman Jort Kelder heeft, gebaseerd op een heuse verkiezing, het Plakkaat van Verlatinge voorgesteld. De Nederlandse revolutie wordt overal ter wereld als startpunt gezien van de ontwikkeling van de democratie, met als kernmomenten de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de Franse revolutie.

Overal, behalve in Nederland, zowel Regenten als Oranje wilden de nieuw verworven onafhankelijkheid van de Spanjaarden en macht voor zichzelf wilden houden. end geschiedschrijving moest mensen niet op ideeën brengen van democratie.
En hoewel het plakkaat geen onafhankelijkheidsverklaring is wordt het nu wel zo gebracht, omdat het potentieel een universalistisch symbool is dat de verzuilde en etnisch versplinterde geschiedschrijving kan overstijgen.

Op zoek naar een nieuwe identiteit zal de geschiedschrijving zich dus aanpassen. Het zal even zoeken worden, maar er zullen vast wel meer universele symbolen te vinden zijn in de vaderlandse geschiedenis die ras en geloof overstijgen en die de Nederlandse samenleving na de verzuiling een nieuwe identiteit kunnen geven.

Er zullen nog vele Zwarte Pieten discussies nodig volgen, maar wat met Friezen en Limburgers gelukt is, zal ook wel met multicultureel Nederland gebeuren. Uiteindelijk zal de dominantie van de Randstad wel leiden tot een geschiedschrijving die de onvermijdelijkheid daarvan ‘bewijst’.