De bevrijding van de Gouden Eeuw


De Gouden Eeuw is dan toch nog onverwacht overleden. Hadden historici het wel al een beetje zien aankomen, politiek Den Haag was verbijsterd. Mark Rutte, de politicus, stelde niet te begrijpen waarom we nu een eeuw die we enkele honderden jaren Gouden Eeuw noemen nu niet meer zo zouden mogen noemen.

Mark Rutte, de historicus, die hij ook is,  had beter kunnen weten. Het begrip Gouden Eeuw is namelijk vooral een politiek concept, niet uit de periode zelf van grofweg 1572 tot 1672-1700, maar uit de 19de eeuw.

Napoleon had de oude Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden omgevormd tot een centrale eenheidstaat met een Koning, zijn broer Lodewijk, aan het hoofd. Geen regent meer te bekennen. Willem I nam het cadeautje van Napoleon na diens Waterloo maar al te graag in ontvangst, de Oranjes hadden 300 jaar geprobeerd wat de Fransman in 1806 gelukt was, Holland een centraal geleide monarchie. 

Met die 300 jaar ervaring in het achterhoofd was Willem vastbesloten het gewestelijk particularisme geen kans te geven, de centralisatie van Nederland als Holland werd strak ter hand genomen, extra gestimuleerd door het frustrerende verlies van België. 

Op de golven van nationalisme, romantiek, industrialisatie en mondialisering van de handel moest de nieuwe eenheidstaat een geschiedenis krijgen die bij het land paste.

Het verleden bleek rijk genoeg, met een beetje selectief winkelen werd een geschiedenis gefabuleerd die paste bij de ambities van Willem, een heuse Gouden Eeuw, als toekomstperspectief wel te verstaan. De nodige helden waren al gauw gevonden, Jan Pieterszn Coen stichter van Batavia, Rembrandt de colorist van de regenten, Michiel de Ruyter heerser der zeeën, maar toch vooral het vehikel van rijkdom en expansie, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de VOC. Dat de Gouden Eeuw vooral was gestoeld op de intellectuele en financiële bijdrage van Belgische immigranten, dat Brabant en Limburg in essentie koloniën waren geweest, was natuurlijk een stukje historische waarheid die niet paste in het nieuwe Hollands nationalistische zelfbeeld zo net na het verlies van België!

Die VOC was een handelsonderneming in het positieve Nederlandse eigenbeeld. Niet de geprivatiseerde koloniale macht die het feitelijk was. Dat positieve eigenbeeld was een essentieel onderdeel van de drie-eenheid ‘God, Vaderland en Oranje’. 

En zo werd de Geschiedenis onderdeel van de nationale macht. En daar mocht niet aan worden getwijfeld.

Nu is twijfel een kernbegrip in de wetenschap, ook de historische.

Historici hadden dus wel wat vragen, over bijvoorbeeld de moordpartij van onze held Coen op de Banda eilanden-15.000 doden-om het monopolie op de nootmuskaatproductie te krijgen. En waarom kapten de Indiërs vrijwillig hun eigen peperbomen als de Hollanders in de buurt kwamen? Omdat ze graag met die Hollanders handel wilden drijven? Nee dus.

Aan de methodes die de VOC gebruikte om handel te drijven kunnen de Colombiaanse cocaïnekartels nog een puntje zuigen.

Het geniale van de VOC was-tip voor de Colombianen- dat het de bovenwereld was die de onderwereld veroverde, wel zo efficiënt en helemaal legaal!

Historici waren hier natuurlijk wel van op de hoogte, maar sommige boodschappen moeten met zorg worden gebracht, of niet. Historici hebben ook hypotheken en ambities.

Maar het Amsterdams Historisch Museum heeft nu de moed gehad de kleren van de keizer te benoemen. 

Voor historici zal het een bevrijding zijn de vaderlandse geschiedenis te kunnen onderzoeken zonder gebukt te gaan onder het nationalistische juk. Waarheidsvinding- en duiding krijgen eindelijk de ruimte.

De historici zijn eindelijk bevrijd van de Gouden Eeuw, nu de politici nog. 

Zoals Mark Rutte al zei is het vooral belangrijk te werken aan een nieuwe Gouden Eeuw. Een goed idee, want waarschijnlijk heeft Mark Rutte toch meer verstand van politiek dan van geschiedenis! 

Advertenties