Advertenties
Archief | februari, 2015

Godsdienst, Macht en Geweld, al drieduizend jaar een winnend Supertrio

5 Feb

Godsdienst is liefde, is de politiek correcte boodschap die zowel dominees als imams ons verkondigen in reactie op de zoveelste moordpartij uit naam van de Heer. Dat moge waar zijn voor de leden van de Gereformeerde Macramé club uit Grootegast, in het verleden is al menigmaal het zwaard gehanteerd uit naam van de Heer.

Laat ik mij beperken tot de godsdiensten uit het Midden Oosten, Jodendom, Christendom en Islam, in volgorde van verschijnen. Er zijn natuurlijk meer godsdiensten, Boeddhisme, Confucianisme en Hindoeïsme bijvoorbeeld, maar zoals de meester op de lagere school ons al onderrichtte: ‘Die hebben niet zo’n echte God zoals wij’, ik laat die dus even buiten beschouwing.

Wat is ook alweer godsdienst. Kort door de bocht werd de mens vanaf de beginne geconfronteerd met zaken die hij of niet kon verklaren, of waar hij geen macht over had. Om daar toch nog enigszins grip op te krijgen ging hij die krachten benoemen, aanbidden en offers aan brengen. Nu waren er in de vroege tijden nogal wat zaken die onze voorouders noch begrepen noch controleerden, en het was dan ook een vrolijke verscheidenheid aan Goden en Halfgoden.

De oude Egyptenaren hadden er een heel stel en de Farao’s kwamen er al snel achter dat die Goden best wel macht over de mensen hadden. Dus gaven ze zich zelf ook maar Goddelijke status, of wekten in ieder geval de illusie dat ze hele goede maatjes met de Goden waren.

Na de vereniging van Opper en Beneden Egypte in een geïntegreerde en gecentraliseerde staat, hadden de farao’s meer machtsmiddelen nodig om de boel bij elkaar te houden.

Echnaton had een briljant idee: een enkele God, die alle andere Goden zou vervangen en al hun macht zou verenigen: Een Almachtige God! Geniaal in zijn eenvoud, en hoe praktisch ook voor een heerser over een gecentraliseerd bestuurd rijk. De hele bevolking in een keer onder geestelijk cameratoezicht. Voor hem was die ene God de Zon, een Alziend Oog! Dat was wellicht nog een beetje simpel, maar wel begrijpelijk in land waar die de hele dag aan de hemel staat.

Mozes, het Farao kind dat dit Godsbeeld naar de stammen in Judea bracht, perfectioneerde het beeld onderweg nog maar eens. Hij werd zelfs de enige mens die ooit met God gesproken heeft, op de Sinai berg. Als je ergens de zon, dus God, kunt zien is het daar wel. Op de top van die berg bleek Mozes dat God niet de Zon was, maar naar het beeld van de mens geschapen was. Dat kon Mozes weliswaar niet helemaal goed zien, want God zat achter een brandend braambosje, maar Mozes en God hadden wel een goed gesprek.

De liefde van God bleek uit het feit dat hij meteen tien geboden meekreeg over wat hij wel of niet mocht doen, en eenmaal van de berg afgedaald en constaterende dat de volgelingen een gouden kalf ter aanbidding hadden gemaakt, organiseerde hij samen met die God van de Liefde meteen een bliksem die vijftigduizend Farizeeërs doodde.

En in dat hele Joodse Oude Testament is het de ene veldslag en moordpartij na de andere. De Joodse oer Koning David had zelfs zoveel bloed aanzijn handen dat hij van God niet zijn Tempel mocht bouwen, dat moest zoon Salomon doen.

Het monotheïsme is dus helaas niet de uitkomst van een spirituele zoektocht van de goede en twijfelende mens maar de logische parallelle ontwikkeling van een controle middel over de geest van de mens ten dienste van wereldse heersers in functie van steeds meer gecentraliseerde staatssystemen.

Met de komst van de zoon van God, Jezus, wordt het niet veel beter. Zeker, hij leert dat als je wordt aangevallen je de andere wang moet toekeren, en hij zelf sterft aan het kruis. De Romeinen, die het Christendom uitvinden, kunnen een universele Godsdienst, met een God, goed gebruiken in een Rijk, met een universele Wet en en een Keizer. De geestelijke kant van de Romeinse Keizers hebben de tijd ook goed doorstaan, vraag het maar aan Franciscus.

In naam van die liefhebbende zoon volgen de Spaanse Inquisitie, Kruistochten, Godsdienstoorlogen, Albigenzen oorlogen en uitroeiing van de Katharen, pogroms tegen de Joden in Oost Europa, verdrijving uit Spanje, en telkens viel de liefde van de Heer samen met de belangen van de een of de andere wereldse heerser.

Dat was wellicht ver weg en lang geleden, maar de poldervariant ‘God, Vaderland en Oranje’ was niet veel beter. Lees de biografie van de godvruchtige latere minister-president van Gereformeerde huize Hendrik Colijn als die aan zijn vrouw wat impressies schrijft over het zware militaire leven in Atjeh:

Ik heb er een vrouw gezien die, met een kind van ongeveer 1/2 jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten, en zo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar ’t kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten. ’t Was een verschrikkelijk werk. Ik zal er maar over eindigen.

Bij de Islam was het allemaal niet veel beter, hoewel wel wat slimmer georganiseerd. De Jihad is een soort kaperbrief om koninkrijken van ongelovigen van hun heersers te ontdoen. Dat gebeurde door de eigen opstandige bevolking die daarna in de Umma (de gemeenschap van gelovigen) werden opgenomen. De kooplieden van Mekka waren slim, een opstand kostte hun geen geld en de Zijderoute werd tolvrij!

Nee,  Godsdiensten zijn wellicht ooit begonnen met liefde, maar in de praktijk vooral gebruikt in dienst van macht en gebruik van geweld om die macht te houden. Het geloof wordt daarbij als turbo op de geweldstoepassing gebruikt, want dat paradijs als beloning voor die vermoeide soldaten is een mooie, en vooral goedkope beloning!

Dus als we de Islam bij het grofvuil zetten, heb ik maar een vraag: ‘Kan die zak met mijn Joods-Christelijke traditie ook mee?’

Advertenties
%d bloggers liken dit: