Advertenties

Routekaart naar democratisch Nederland

3 Sep

Routekaart naar democratisch Nederland

Sybren Singelsma

Opinie | Zaterdag 07-06-2003 | Sectie: Overig | Pagina: 7 | Sybren Singelsma

Analoog aan het Midden-Oosten, waar de `routekaart naar vrede’ wordt bewandeld, moet in Nederland een `routekaart naar een versterking van de democratie’ worden ontworpen, én bewandeld, meent Sybren Singelsma. Drie richtingwijzers naar een direct en dynamisch democratisch systeem.

Politieke vernieuwing – het zijn twee woorden die menigeen een jaar geleden op de lippen lagen. Na de volksopstand van 2002, de kabinetscrisis en de mislukte formatiepoging van CDA en PvdA is er nu een kabinet van CDA/VVD/D66. Onder druk van de economische omstandigheden lijkt het begrip `nieuwe politiek’ te hebben afgedaan. Alleen minister Thom de Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing mag nog iets van de roep om vernieuwing proberen te realiseren.

Dat politieke vernieuwing nu geen hot issue meer is, wil niet zeggen dat het niet noodzakelijk is om op de langere duur een stabiele democratie in Nederland te behouden. Politieke vernieuwing houdt namelijk méér in dan vaker de wijk in gaan, of de `taal van het volk’ spreken.

In Nederland worden politici niet door het volk gekozen, maar door de politieke partij, die kandidaten op een lijst zet en van wie de nummer één inzet van de verkiezingen is. Vandaar dat spreken over vernieuwing in de politiek niet alleen over stijl en mentaliteit dient te gaan, maar ook over staatsrechtelijke hervormingen.

Mandaat geven

De kerntaak van de overheid is het vertegenwoordigen van de burger en het ordenen van de samenleving in zijn naam. Te veel wordt in Nederland gedacht dat de maatvoering van de overheid afgestemd dient te zijn op de optimale maat voor de uitvoerende diensten. Met het verzelfstandigen van overheidsdiensten en de globalisering van de economie is het niet langer logisch dat de maat van gemeenten en provincies wordt bepaald door de optimale schaal voor bijvoorbeeld het ophalen van huisvuil.

De uitvoerende functies van de overheid dienen los van de besluitvorming te worden georganiseerd. Op het moment dat beleidsvorming en uitvoering van elkaar worden gescheiden, kan de vraag worden gesteld wat de optimale maat is voor besluitvorming, waarbij schaalverkleining niet dient te worden uitgesloten.

Politieke keuzes kunnen op een meer heldere manier worden gemaakt in het dualistisch bestel, zoals dat sinds kort weer is ingevoerd. Afhankelijk van de ervaringen kan dit bestel worden versterkt.

Burgemeester en Commissarissen der Koningin kunnen direct én op grond van een politiek programma worden gekozen. Het mandaat van meer dan de helft van de kiezers verschaft hen een sterke positie.

De gekozen burgemeester en Commissaris stellen een college van wethouders en/of gedeputeerden samen die het vertrouwen moet krijgen van de raad en of de Provinciale Staten. De gekozen burgemeester en commissaris dienen zelf, verplicht, de portefeuille openbare orde en veiligheid te beheren. Het vrijmaken van raads- en statenleden van het meeregeren moet hen in staat stellen meer tijd te besteden aan contacten met de burgerij. De burger moet tegen besluiten van lokale en regionale overheden in beroep kunnen gaan bij een onafhankelijke instantie. Burgemeesters en Commissarissen (i.e. alle gekozenen belast met een uitvoerende functie) kunnen niet meer dan tweemaal achter elkaar gekozen worden, dus maximaal acht jaar achtereenvolgend een ambt uitvoeren.

Een politicus in een democratisch stelsel dient zijn handelingsmandaat direct van de kiezer te ontvangen en níet van een politieke partij waarbij hij solliciteert. De Eerste en de Tweede Kamer dienen derhalve te worden gekozen op grond van een districtenstelsel, waarbij de districten identiek zijn aan één of meer gemeenten, afhankelijk van de grootte. Aldus wordt de politicus in eerste instantie afhankelijk van de kiezer en níet van de partij. Hij zal meer gedwongen worden het dagelijks contact met de kiezer te onderhouden en meer aandacht te geven aan de lokale aspecten van beleid en beleidsuitvoering.

Dit past in een ontwikkeling waarbij de inzet van de politiek niet meer gaat over de grote `ismen’ – de keuze hoe de samenleving dient te worden geordend is in grote lijnen gemaakt. Nee, binnen de gedefinieerde ordening dienen dagelijkse problemen te worden aangepakt. Daarnaast is er een duidelijke drang naar een nauwere band met de persoon, het `poppetje’ wordt in de politiek steeds belangrijker. Wat is er op tegen te willen weten wie de persoon is die het beleid vorm zal geven?

Binnen een systeem dat is gebaseerd op `één man één stem’, is er niets tegen het aannemen van wetgeving per referendum. Niet als correctie op bestaande besluitvorming, maar als onderdeel van het wetgevende proces. Als er een middel is om de band tussen de overheid en de burger te versterken, dan is het deze wel. Natuurlijk, de macht van de politieke partijen als machtsmakelaars neemt af. Maar een goed politiek systeem moet de macht aan de burger geven en niet toestaan dat tussenpersonen de macht kapen. Natuurlijk moet de vraag goed gesteld worden en zijn de problemen complex. Maar, helaas voor de oliemannetjes, de burger is niet dom. En op voorwaarde dat de vraagstelling gebeurt door een democratisch lichaam, is een wetgevend referendum een goed instrument om de burger direct te betrekken bij de besluitvorming.

Besluitvorming

Rechten en plichten van de Nederlandse staat en diens burger zijn omschreven in de Grondwet. De Grondwet dient het geheel van politieke traditie, van normen en waarden te bevatten. De Nederlandse politici hebben evenwel in het verleden welbewust van de Grondwet een document met beperkte waarde gemaakt doordat de burger er geen direct beroep op kan doen. Dit, om de machtspositie van de politieke partijen en maatschappelijke organisaties te beschermen. Het kan evenwel niet zo zijn dat de grondwet dient om de machtsposities te beschermen van groepen die niet eens in die Grondwet worden genoemd.

Thom de Graaf heeft getoond hoe die Grondwet hem aan het hart gaat. Hij kan nu aantonen dat het belang van de inhoud van de Grondwet hem aan het hart gaat door de positie ervan te versterken en deze juridisch afdwingbaar te maken door de burger de mogelijkheid te geven besluiten van de overheid bij de rechter te kunnen toetsen aan de Grondwet. Dit kan een krachtig bindmiddel en instrument van integratie zijn binnen de Nederlandse samenleving.

De overheid beheert en bestuurt als een goed huisvader. Dat neemt niet weg dat velen dikwijls de indruk krijgen dat de overheid maar wat doet en in geval van problemen buiten schot blijft. Teneinde een alerte overheid te maken is het daarom belangrijk dat indien de overheid iets verkeerds doet zij daarvoor (rechts)aansprakelijk kan worden gesteld. Het opheffen van de immuniteit van de overheid zal zeer heilzame gevolgen hebben voor de traditie van het Nederlandse gedoogbeleid.

De Nederlandse politiek is verambtelijkt en de ambtenarij is verpolitiekt. Dat leidt tot een gesloten machtssysteem – een kaasstolp. Politiek en administratie dienen dan ook strikt te worden gescheiden. Het mag niet zo zijn dat ambtenaren voor hun carrière afhankelijk zijn van een politieke partij, dat is politieke corruptie en versterkt het navelstaren van politiek en ambtenarij. Politieke benoemingen dienen wettelijk te worden verboden. Oud-politici dienen niet in de ambtenarij werkzaam te zijn.

Dat betekent wel dat Nederland het er voor over moeten hebben om mensen, die het risico aangaan voor korte tijd de politiek in te gaan om de publieke zaak te dienen, goed te betalen. Zij die inkomensrisicos te lopen dienen navenant te worden beloond.

Ambtsdragers zullen wel tijdelijke politieke adviseurs moeten kunnen benoemen om hun politieke programma te kunnen uitvoeren zonder tegenwerking van de ambtenarij.

Een strikte scheiding tussen de staatsinrichting en maatschappelijke organisaties (inclusief de religieuze) dient te worden doorgevoerd. Uitvoerende taken van de overheid dienen door de overheid, dan wel door aan die overheid verantwoording afleggende organisaties/bedrijven te worden gedaan. De politiek, als uitdrukking van de wil van de burger, dient altijd direct aan het roer te staan. De rol van maatschappelijke organisaties als beleidsuitvoerders dient dan ook zeer kritisch te worden bekeken.

Verantwoording afleggen

Corruptie, vriendjespolitiek en nepotisme horen niet plaats te vinden in het publieke domein. Naast het bestrijden ervan is het belangrijk dat de procedures van de overheid zó worden opgesteld dat dit zo weinig mogelijk voor kan komen. Derhalve: onafhankelijke en transparante financiële procedures, nadruk op openbare aanbestedingen, en onafhankelijke controle en audit op alle niveaus. De lokale rekenkamer is een goede ontwikkeling.

Verenigingen die politieke en/of meningvormende activiteiten ontplooien dienen niet door de overheid te worden gefinancierd. Immers, aldus kan de zittende macht `opinieversnellers’ in het leven roepen die een eigen leven gaan leiden, geen afspiegeling van het maatschappelijke debat meer zijn en, ergo, dit veeleer vertroebelen. Dit soort groepen kunnen in de praktijk de functie krijgen van een extra beschermingslinie voor de zittende macht en zo de dynamiek uit het democratische proces en het debat halen. Het financieren van politieke partijen dient derhalve te worden gestopt.

Hoewel geen onderdeel van de klassieke Trias Politicas speelt de vrije pers een belangrijke rol in het systeem van het evenwicht der machten. Daar waar de politiek keuzes maakt in naam van de burger, stelt de vrije pers vragen in naam van de burger. Het is van belang dat die vragen in alle onafhankelijkheid worden gesteld en dat de vragen en antwoorden bijdragen tot het vormen van opinies, maar dat zelf niet zijn. Met andere woorden: het is aan de pers zichzelf zo te organiseren dat zij geen onderdeel van de politiek wordt.

Journalisten zouden bij voorkeur geen lid van een politieke partij dienen te zijn. De vrijheid van de pers kan wettelijk worden geregeld, hoe de pers dat invult niet. Het is aan de beroepsgroep in deze zijn verantwoordelijkheid te nemen. Het is aan de overheid na te denken over de functie van de voorlichters.

Het invoeren van bovengenoemde voorstellen zal leiden tot een directere band tussen de burger en het proces van mandaat geven en verantwoordelijkheid nemen. Het openbare domein zal sterker door de burger worden bepaald. Met een versterkte rol van de burger wordt zijn eigen gedrag en cultuur belangrijk als onderdeel van het publieke domein. Het debat over normen en waarden zal dan ook nog aan belang winnen als de nieuwe minister voor Bestuurlijke Vernieuwing bovengenoemde punten ook daadwerkelijk agendeert.

De hierboven beschreven punten leiden naar een direct en dynamisch democratisch systeem. Het is aan minister De Graaf deze staatsrechtelijke vernieuwingen op de politieke agenda te zetten en in concrete voorstellen aan de Kamer voor te leggen.

Info: Drs. Sybren Singelsma is historicus en werkzaam bij het Comité van de Regio’s van de Europese Unie.
Onderschrift: Illustratie Frits Müller
Trefwoord: Politiek en staat
Geografie: nederland; europa; west europa
Persoon: Sybren Singelsma

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: