Si Vis Pace Para Bellum


Als men de vrede wil, moet men de oorlog voorbereiden. Deze oude Romeinse wijsheid niet toevallig als motto op de wanden van de grote vergaderzaal van de NAVO.

Nu hebben met name de Europese landen in die vergaderzaal sinds de ineenstorting van het Sovjet imperium vooral de vrede voorbereid, en ziedaar, het motto werkt andersom ook: we hebben oorlog of de dreiging is op zijn minst groot te noemen.
In de Oekraïne woedt een door Rusland gesponsorde afscheidingsoorlog gelijk een veenbrand.
De dreiging van de Islamitische Staat is venijniger, want niet zozeer een externe territoriale dreiging maar vooeal een probleem van binnenlandse veiligheid en sociale cohesie.

Maar eerlijk is eerlijk, de politiek is wakker geschud.
Er komt een NAVO Flitsmacht (mooi woord overigens!) en Obama brengt tegenover IS een ‘Coalition of the Willing’ in het veld.
Daar wilde Nederland ook aan mee doen, hadden we in ex Joegoslavië en Irak ook gedaan.
Maar het mocht niet van Barack, want we hebben geen zware wapens meer.

De begrijpelijke reactie is om dan toch maar weer wat ijzer te gaan kopen.
Dat lijkt ook inderdaad verstandig, maar nu we toch van bijna nul weer onze strijdmacht beginnen op te bouwen, is het ook verstandig om te bekijken hoe we dat zo goed mogelijk doen. Wellicht wat lessen trekken uit de afgelopen periode.
Zo is het bijvoorbeeld moeilijk gebleken als Nederland alleen een geïntegreerde krijgsmacht te handhaven die zelfstandig kan opereren zonder hulp van andere NAVO bondgenoten.

Zonder dat ook maar iemand heeft gesproken over verlies van soevereiniteit, wat wel gebeurt als we op EU niveau stekkers harmoniseren, is op militair gebied zonder al teveel discussie het militaire luchttransport sterk geïntegreerd met België, is de Luchtmobiele brigade onder Duits bevel geplaatst in een geïntegreerde eenheid. De enige taak die nog geheel zelfstandig wordt uitgeoefend is de beveiliging van het Koninklijk Huis door de Koninklijke Marechaussee.

Dat lijkt meteen ook de enige taak die we ook in de toekomst zelfstandig kunnen blijven uitvoeren. Sancties tegen Rusland worden in EU kader besloten, Russische sancties treffen de EU, niet Nederland alleen. En hoewel ik niet goed ben ingevoerd in de strategie van IS, denk ik zomaar dat als ze aan het moorden slaan geen onderscheid maken tussen Nederlandse, Franse of Duitse ongelovigen.

Als de dreiging dus EU gericht is, de politieke respons van de EU of de NAVO komt, is het dan vreemd om de militaire middelen volgens die logica te organiseren?
Indachtig Von Clausewitz is oorlog het voortzetten van politiek met andere middelen.
Het lijkt dan ook logisch en verstandig de wederopbouw van de Krijgsmacht te laten voorafgaan door een politieke reflectie over de verbinding daarvan met het Europese buitenlandse beleid.

Advertenties

De Nederlandse soevereiniteit op weg naar Berlijn


Een van de leerstukken van de politieke theorie wil dat de eerste kerntaak van de staat, en dat wat de staat wezenlijk onderscheidt van gemeente, provincie of parochie, de veiligheid van de burger is.

Die burger hoeft niet meer zelf zijn medeburgers te lijf te gaan als er iets is wat hem niet zint, en hij hoeft ook niet met hooivorken naar de grenzen te trekken als de vijand nadert.

Politie, Justitie en de Krijgsmacht doen dat voor hem.

In ruil daarvoor heeft de burger het recht om geweld te gebruiken opgegeven ten gunste van de Staat, die het zogenaamde geweldsmonopolie bezit.

Dat is niet alleen efficiënt, het is ook fijn voor de bestuurders van de Staat, die nu niet bang hoeven te zijn voor aanvallen van hun eigen burgers.

Als het een beetje meezit tenminste.

Machthebbers vinden het ook altijd nuttig en goed voor het eigen ego, om aan de burgers en de wereld te laten zien dat ze over de nodige middelen beschikken en de bereidheid hebben om dat geweldsmonopolie zo nodig in te zetten.

Militaire parades, vliegende vaandels en trompetgeschal, maar ook militaire oefeningen en tegenwoordig ook operaties in het buitenland zijn van die manieren om te laten zien dat de politieke spierballen nog goed in vorm zijn.

Kortom, voor een goed soevereiniteitsgevoel is de Krijgsmacht best belangrijk!

De Nederlandse missie in Uruzgan was een goed voorbeeld.

Hoewel de missie in Afghanistan op zichzelf een weinig duidelijk Nederlands belang diende, was het politieke resultaat dat op grond van de Nederlandse sneuvelbereidheid wel dat mochten aanschuiven bij de G20. Ook niet een duidelijk gedefinieerd belang, maar het voelt goed want je speelt met de grote jongens op het schoolplein van de Wereld.

Het is dan ook opvallend dat waar velen zich druk maken over het feit dat ‘onze’ soevereiniteit door Brussel gestolen zou zijn, de verdamping van de NL Krijgsmacht en dus het krachtsinstrument van de soevereiniteit, zo onopgemerkt voorbij gaat.

In rap tempo worden onze krijgsmachtonderdelen deel van het Duitse leger- de luchtmobiele brigade, of ze kunnen alleen nog maar optreden samen met Belgen voor de Marine en Luchtmacht.

Dat hoeft niet erg te zijn, maar het is wel opvallend, aangezien dit essentiële deel van het Staat-zijn zonder het minste politieke debat verdwijnt.

Op een moment dat velen roepen dat onze soevereiniteit uit ‘Brussel’ terug moet worden gehaald, brengen wij die zelf naar Berlijn.

Het zal ook niet zonder gevolgen blijven aangezien de staat minder sterk gedefinieerd wordt en meer provinciale kwaliteit krijgt. Het voorstel van  Thijs Woltgens om Nederland als zeventiende deelstaat bij Duitsland te doen aansluiten bevestigt zich in de praktijk.

Je zou verwachten van de Twitter Kamer dat als je een debat wijdt aan examendiefstal de De Facto overdracht van soevereiniteit aan Berlijn ook wel een debat waard zou zijn. Niet dus.

Maar ja, zo hebben de Kamerleden wel tijd over om hun Duits wat bij te schaven!

Even oefenen: ‘Ich bin ein Berliner’