Een zwakke Europese defensie was onderdeel van NAVO-beleid


J.D.Vance en Marco Rubio hebben een beetje ‘bad cop-good cop’ gespeeld met de Europese leiders op de afgelopen veiligheidsconferenties die jaarlijks in München worden gehouden.

Beiden verkondigen de boodschap van de grote leider, dat Europa te weinig doet aan zijn eigen defensie, jarenlang heeft geprofiteerd van de Amerikaanse veiligheidsgarantie, cultureel decadent en verzwakt is, met een cultuur die wordt ondermijnd door massa-immigratie etc.

Na de agressieve speech van J.D. Vance van vorig jaar was de beschaafde speech van Marco Rubio, met vele historische en persoonlijk verwijzingen, een appel op gedeelde waarden bijna een klassiek vriendelijk diplomatiek verhaal.

Op die ene laatste zin na:

And I’m here today to leave it clear that America is charting the path for a new century of prosperity and that once again we want to do it together with you, our cherished allies, and our oldest friends. We want to do it together with you, with a Europe that is proud of its heritage and of its history, with a Europe that has the spirit of creation and liberty that sent ships out into uncharted seas and birthed our civilization, with a Europe that has the means to defend itself and the will to survive.

De Europese leiders gaven Rubio een staande ovatie, als echte auto-flagellanten. Want met die laatste zin: 

with a Europe that has the means to defend itself and the will to survive maakt Rubio duidelijk dat Europa zichzelf moet verdedigen en dat de Amerikaanse (nucleaire) veiligheidsgarantie niet meer bestaat.

Dat was nochtans jarenlang de basis van het NAVO-beleid, zoals bijvoorbeeld verwoord in de Nederlandse defensie nota van 1984-1993: 

De regering meent dat de nucleaire strategische strijdkrachten van de Verenigde Staten de kern van de Westerse afschrikking vormen. Daarnaast moet ter afschrikking van een aanval in Europa een koppeling bestaan tussen deze strijdkrachten en die in West-Europa. Deze koppeling wordt, behalve door de aanwezigheid van enkele honderdduizenden Amerikaanse militairen ook tot stand gebracht door nucleaire wapens die vanaf West-Europees grondgebied doelen in het gebied van het Warschaupact kunnen bedreigen.

Want terwijl nu iedereen roept dat we onze verdediging hebben verwaarloosd, wat wel zo is, moeten we ook erkennen dat de officiële NAVO-doctrine er lang van uit ging dat het voeren van een conventionele oorlog in Europa voorkomen moest worden-want dan zou Europa worden verwoest-en dat de zogenaamde voorwaartse verdediging er vooral toe diende tijd te winnen voor de aanvoer dan wel van Amerikaanse troepen dan wel het gebruiken van kernwapens. Conventionele Europese wapens dienden vooral als ‘tripwire’, struikeldraad.

De val van de muur leidde enerzijds tot uitbreiding van de NAVO, en tegelijkertijd tot onduidelijkheid tegen wie de alliantie gericht was. Die twijfel is door President Poetin op vakkundige wijze weggenomen. Marco Rubio heeft nog maar eens op een wat elegantere wijze dan J.D. Vance herhaald dat juist op dat moment  de Amerikaanse veiligheidsgarantie niet meer bestaat en dat Amerika Europa alleen dan zal bijstaan als datzelfde Europa het in principe zelf aan kan. Een staande ovatie lijkt dan ook wat een overdreven reactie.

Het volledig integreren van de Europese krijgsmachten onder een eenduidig politiek commando zou van meer volwassenheid getuigen. Wellicht volgend jaar dan in München?

Si Vis Pace Para Bellum


Als men de vrede wil, moet men de oorlog voorbereiden. Deze oude Romeinse wijsheid niet toevallig als motto op de wanden van de grote vergaderzaal van de NAVO.

Nu hebben met name de Europese landen in die vergaderzaal sinds de ineenstorting van het Sovjet imperium vooral de vrede voorbereid, en ziedaar, het motto werkt andersom ook: we hebben oorlog of de dreiging is op zijn minst groot te noemen.
In de Oekraïne woedt een door Rusland gesponsorde afscheidingsoorlog gelijk een veenbrand.
De dreiging van de Islamitische Staat is venijniger, want niet zozeer een externe territoriale dreiging maar vooeal een probleem van binnenlandse veiligheid en sociale cohesie.

Maar eerlijk is eerlijk, de politiek is wakker geschud.
Er komt een NAVO Flitsmacht (mooi woord overigens!) en Obama brengt tegenover IS een ‘Coalition of the Willing’ in het veld.
Daar wilde Nederland ook aan mee doen, hadden we in ex Joegoslavië en Irak ook gedaan.
Maar het mocht niet van Barack, want we hebben geen zware wapens meer.

De begrijpelijke reactie is om dan toch maar weer wat ijzer te gaan kopen.
Dat lijkt ook inderdaad verstandig, maar nu we toch van bijna nul weer onze strijdmacht beginnen op te bouwen, is het ook verstandig om te bekijken hoe we dat zo goed mogelijk doen. Wellicht wat lessen trekken uit de afgelopen periode.
Zo is het bijvoorbeeld moeilijk gebleken als Nederland alleen een geïntegreerde krijgsmacht te handhaven die zelfstandig kan opereren zonder hulp van andere NAVO bondgenoten.

Zonder dat ook maar iemand heeft gesproken over verlies van soevereiniteit, wat wel gebeurt als we op EU niveau stekkers harmoniseren, is op militair gebied zonder al teveel discussie het militaire luchttransport sterk geïntegreerd met België, is de Luchtmobiele brigade onder Duits bevel geplaatst in een geïntegreerde eenheid. De enige taak die nog geheel zelfstandig wordt uitgeoefend is de beveiliging van het Koninklijk Huis door de Koninklijke Marechaussee.

Dat lijkt meteen ook de enige taak die we ook in de toekomst zelfstandig kunnen blijven uitvoeren. Sancties tegen Rusland worden in EU kader besloten, Russische sancties treffen de EU, niet Nederland alleen. En hoewel ik niet goed ben ingevoerd in de strategie van IS, denk ik zomaar dat als ze aan het moorden slaan geen onderscheid maken tussen Nederlandse, Franse of Duitse ongelovigen.

Als de dreiging dus EU gericht is, de politieke respons van de EU of de NAVO komt, is het dan vreemd om de militaire middelen volgens die logica te organiseren?
Indachtig Von Clausewitz is oorlog het voortzetten van politiek met andere middelen.
Het lijkt dan ook logisch en verstandig de wederopbouw van de Krijgsmacht te laten voorafgaan door een politieke reflectie over de verbinding daarvan met het Europese buitenlandse beleid.